Blog Dikke Ikken

15 juli 2018

Ik ben een dikke ik, letterlijk en figuurlijk. Tot die conclusie kom ik na zeven jaar bouwen aan een fundament waarmee ik, zolang ik dat wil, met plezier kan blijven werken en mijzelf te blijven ontwikkelen. Dat is gelukt en ik ben er blij mee.

Toen Rutte de term ‘dikke ik’ een paar jaar gelden gebruikte, voelde ik mij totaal niet aangesproken. Dikke ikken waren in mijn ogen patserige mannen die nooit genoeg hebben en vooral aan zichzelf denken. De Trumpen van deze wereld: anderen 2% defensiebudget afdwingen en direct daarna over 4% beginnen. Zijn vrienden van de wapen business kunnen tevreden zijn met zo’n verkoper. Zelf kun je alleen maar machteloos toekijken, ben je geneigd te denken.

Trump zie ik als een van de disrupters die de gevestigde orde opschudt. Zelf ben ik er ook eentje, concludeerde ik al eerder. Niet leuk, maar nodig in een wereld waarin de kloof tussen arm en rijk steeds maar groter wordt en we werken in een systeem dat 200 jaar oud is. Aan alle kanten rammelt het, aangedreven door technologische vernieuwing. In een tijd van globalisering werkt het ook niet meer om een hek te zetten om je land, je business of jezelf. Dé oplossing bestaat niet, daarvoor zit de wereld/de mens te complex in elkaar.

De nieuwe dikke ik

Met de kennis van nu denk ik nog steeds dat je niet de wereld kunt veranderen, maar wel kunt doen wat binnen je vermogen ligt om het een stukje mooier te maken. Het is het effect van wat we in WIN-verband ‘natuurlijk werken’ zijn gaan noemen met de WIN WIN WIN formule. Je focust op de 20% waar je goed in bent en maakt een ontwikkeling door van (ver)oordelen naar (ver)wonderen. De ‘nieuwe dikke ik’. Omdat je met veel minder energie, tijd en geld resultaten behaalt, houd je heel veel ruimte over. Wat je daarmee doet, dat bepaal je zelf.

Irmgard Bomers (initiatiefnemer van WIN) blogt regelmatig over zaken die haar werk raken.

Deel dit bericht!

@werkinnetwerken #zdha